FCB werkt voor de branches:
Dienstverlenen in Arbeidsmarktvraagstukken

Welzijn en Maatschappelijke Dienstverlening

Print

Intervisie


Wat is intervisie?

Intervisie is een vorm van deskundigheidsbevordering waarbij medewerkers een beroep doen op collega's om mee te denken over persoon- en functiegebonden vraagstukken en knelpunten uit de eigen werksituatie.

Intervisie kan plaatsvinden tussen collega's binnen of buiten de eigen organisatie. Dit meedenken gebeurt niet door het aandragen van oplossingen, maar door het stellen van vragen om zo met behulp van eigen analytisch en probleemoplossend vermogen zicht te krijgen op het ingebrachte probleem en hoe hierin te handelen.

Een intervisie beslaat een langere periode, met een klein aantal vaste deelnemers. Vooraf worden afspraken gemaakt over de
spelregels, de doelstellingen en de werkwijze van intervisie.

Terug naar boven


Doelstelling

Doel is bespreekbaar maken van de vraag “Hoe doe ik het?”. Systematisch wordt een voorval uit de dagelijkse praktijk geanalyseerd. Het resultaat is dat de casusinbrenger in korte tijd op effectieve wijze persoonlijke adviezen krijgt. Ook de overige deelnemers leren van intervisie omdat zij uitgedaagd worden na te denken hoe zij in een bepaalde situatie als professional zouden handelen.

Terug naar boven


Voorwaarden

Van belang is dat er een veilige leeromgeving is waarbij de deelnemers op vrijwillige basis deelnemen en niet in een hiërarchische verhouding tot elkaar staan. Heel belangrijk is dat er niet wordt geoordeeld, meerdere oplossingen kunnen goed zijn. Van de deelnemers wordt verwacht dat zij vaardig zijn in luisteren en het stellen van vragen.

Terug naar boven


Methode

Een veel gebruikte vorm is de incidentmethode. Er wordt gewerkt met een wisselende voorzitter. De voorzitter doet in principe niet mee aan de discussie, bewaakt de tijd en het proces en let op of er geen oordelen worden uitgesproken. De volgende stappen worden ondernomen:

  1. Inbrengen casus (5-10 minuten)
    Een deelnemer brengt een casus in. Deze moet betrekking hebben op een situatie van het werk. Het moet gaan om een gebeurtenis, die actueel is en waar de casusinbrenger echt mee zit en waar hij nog iets aan kan doen. De casusinbrenger vertelt:
    - Wat is het probleem?
    - Waarom is het een probleem?
    - Wat heeft hij er al gedaan?
    - Welke vraag wil hij beantwoord zien?
  2. Verhelderen (5-10 minuten)
    Deelnemers hebben gelegenheid om verhelderende vragen te stellen of om aanvullende informatie te vragen over dingen die onduidelijk zijn. Verhelderende vragen beginnen vaak met “Wat, hoe of wanneer”. De voorzitter let op dat er in deze fase nog geen discussie plaats vindt en dat er geen subjectieve vragen worden gesteld. Een voorbeeld van een subjectieve vraag: “Had je niet beter gelijk je baas kunnen informeren”
  3. Denkpauze (5 minuten)
    Deelnemers denken na over de vraag “Wat zou ik doen in deze situatie?” en zetten dit op papier.
  4. Stap 4: adviesronde (20 minuten)
    Deelnemers maken een ronde en geven hierbij aan wat zij zouden doen in deze situatie. En dus niet: wat had de casusinbrenger moeten of kunnen doen. Er is nog geen discussie. De casusinbrenger mag om een toelichting vragen. Daarna geeft de casusinbrenger aan welke (onderdelen van) adviezen voor hem aantrekkelijk zijn. Hij kan dit formuleren in de vorm van leermomenten of acties. Om deze opties uit te werken mag er nu kort gediscussieerd worden. De casus inbrenger bepaalt iedere keer zelf hoe ver en/of diep hij wil gaan.
  5. Evaluatie (5 minuten)
    Iedere deelnemer geeft aan wat hij heeft gewaardeerd en eventueel wat de volgende keer anders en/of beter kan. Ook wordt bij de casusinbrenger gecheckt wat de intervisie hem heeft opgeleverd. Bij de volgende intervisiebijeenkomst geeft de casusinbrenger aan wat hij hiermee heeft gedaan.

Terug naar boven


Terug