FCB werkt voor de branches:
Dienstverlenen in Arbeidsmarktvraagstukken

Jeugdzorg

Print

Rechten OR en PVT (overleg, informatie, initiatief, advies, instemming en beroep)

Inspraakrecht van medewerker: actief en passsief kiesrecht
Het inspraakrecht is het actief en passief kiesrecht van de medewerkers van een organisatie.

Het actief kiesrecht houdt in dat de medewerkers die in dienst zijn bij de organisatie, leden van de OR of PVT kunnen kiezen. Het passief kiesrecht betekent dat medewerkers zichzelf verkiesbaar kunnen stellen voor de OR of PVT, als zij langer dan een half jaar of een jaar in dienst zijn bij de organisatie (de lengte van het dienstverband hangt af van afspraken in het reglement).

Rechten van OR en PVT
Om invloed uit te kunnen oefenen op het beleid en de beslissingen in een organisatie, beschikken de OR en de PVT over verschillende rechten.

Overlegrecht: alles is bespreekbaar
Een OR kan in alle vrijheid, alle onderwerpen die er in de organisatie spelen op de agenda van de overlegvergadering plaatsen en met de bestuurder bespreken. In art. 23.2 van de WOR Opent in nieuw venster staat dat in de overlegvergadering ‘aangelegenheden de onderneming betreffende’ aan de orde kunnen worden gesteld, waarvan ‘hetzij de ondernemer, hetzij de OR overleg wenselijk acht’.
Beide overlegpartners kunnen niet punten van de agenda weren die de ander voor bespreking in het overleg inbrengt. De OR kan dus alles op de agenda van het overleg zetten, maar aan die bespreking zijn verder geen juridische gevolgen verbonden. Een OR kan niet naar aanleiding van een overlegkwestie beroep instellen. Het komt dus aan op de overtuigingskracht van de OR in het overleg.

Actief en passief informatierecht
Er is een onderscheid tussen actief en passief informatierecht. Het actief informatierecht (art. 31.1 WOR Opent in nieuw venster) houdt in dat de OR recht heeft op alle informatie die hij redelijkerwijs nodig heeft voor de vervulling van zijn taak. In het kader van een adviesprocedure kan de OR dus om informatie vragen die nodig is voor het beoordelen van het voorgenomen besluit.
Bij het opstellen van een initiatief verstrekt de ondernemer de gegevens die de OR nodig heeft om het initiatief goed voor te bereiden. Desgewenst levert de ondernemer deze informatie schriftelijk aan.
Het passief informatierecht houdt in dat de bestuurder een aantal gegevens ongevraagd aan de OR moet verstreken. Denk aan: 

  • basisinformatie: gegevens over de juridische structuur en het bestuur van de onderneming
  • financieel-economische informatie: de financiële kengetallen over het afgelopen en komend halfjaar

Initiatiefrecht op alle onderwerpen
De OR en PVT zijn bevoegd concrete voorstellen bij de directie in te dienen (art. 23.3 WOR Opent in nieuw venster). Zo'n initiatiefvoorstel kan ook over alle onderwerpen gaan die er in de organisatie spelen. De OR dient het initiatief schriftelijk in bij de directie. Over het voorstel spreken zij in de overlegvergadering. De directeur moet naar aanleiding van het ingediende initiatief een besluit nemen. Hij kan daarbij het voorstel van de OR overnemen, maar dat hoeft niet. Hij is in ieder geval verplicht om zijn besluit duidelijk te motiveren.

Adviesrecht bij fusies, reorganisaties, investeringen en meer 
De OR en PVT hebben het recht om advies uit te brengen bij belangrijke beslissingen over:

  • de zeggenschap over de onderneming (fusies, overnames, privatisering)
  • de organisatie (reorganisaties, sluiting, automatisering, verhuizing)
  • de financiering van de onderneming (kredieten, investeringen)

In artikel 25 staat een opsomming van de onderwerpen waarvoor het adviesrecht geldt. De regel is: komt het onderwerp niet in het rijtje voor, dan is er geen sprake van adviesrecht. Het voorgenomen besluit moet de bestuurder tijdig aan de OR voorleggen, zodat het advies van de OR nog van invloed kan zijn op het definitieve besluit. Dit recht kan de OR of PVT bijvoorbeeld uitoefenen als de bestuurder overgaat tot een reorganisatie die een aanmerkelijke wijziging in de arbeidssituatie of het ontslag van medewerkers tot gevolg heeft.

Instemmingsrecht
De directeur moet een aantal regelingen op het gebied van sociaal beleid ter instemming voorleggen aan de OR of PVT. In art. 27 WOR Opent in nieuw venster staat een opsomming van de onderwerpen waarvoor het instemmingsrecht geldt. Ook hier is de regel: komt het onderwerp niet in het rijtje voor, dan is er geen sprake van instemmingsrecht. De directeur legt een regeling ter instemming voor als hij die opnieuw wil invoeren of wijzigen. Onderwerpen waarvoor instemmingsrecht geldt zijn onder andere: 

  • werktijden- en vakantieregelingen
  • opleidingsplannen
  • personeelsbeoordelingen
  • regelingen op het gebied van arbeidsomstandigheden (arbo) en ziekteverzuim
  • regelingen op het gebied van persoonsregistratie en privacy

Beroepsrecht
Het beroepsrecht houdt in dat de OR of de PVT beroep kan aantekenen tegen het besluit van een directie. In het uiterste geval kan de OR naar de ondernemingskamer van het gerechtshof stappen, om het beroep juridisch kracht bij te zetten.