Ergonomische normen voor bedden
B 1
Voor kinderen die in en uit bed getild moeten worden, is het bed zodanig geconstrueerd dat de bovenkant van het matras tussen 85 en 110 centimeter boven de vloer ligt. Het advies is een werkhoogte tussen de 85 en 100 centimeter. Bij gebruik van een stapelbed slapen deze kinderen uitsluitend in het bovenste bed. Een van de zijkanten aan de lange zijde van het bed moet gemakkelijk weggeschoven of weggeklapt worden. Een mogelijke constructiedwarsbalk boven de toegangszijde heeft een minimale hoogte van 180 centimeter, zodat de medewerker op hoofdhoogte niet gehinderd wordt door constructiedelen van het bed.
B 2
Voor kinderen die zelfstandig in en uit bed kunnen klimmen, is het bed zodanig geconstrueerd dat kinderen er zelf zonder (of met weinig) hulp in en uit kunnen stappen. Wanneer geen hulpmiddelen worden gebruikt (zoals een ladder of trapje) is de opstap van vloer naar bed maximaal 30 centimeter. Bij gebruik van een stapelbed moeten deze kinderen via een trapje of ladder zelf in het bovenste bed kunnen klimmen. De bovenkant van de matras van het bovenste stapelbed bevindt zich op een hoogte van maximaal 110 centimeter boven de vloer.
B 3
Voor het verschonen van bedden moet een plaats aanwezig zijn waar matrassen op volwassenenhoogte verschoond kunnen worden.
B 4
Het bed is minimaal aan één lange zijde afzonderlijk bereikbaar.
B 5
De werkruimte aan deze zijde is minimaal 60 centimeter, zodat de medewerker voldoende ruimte heeft om kinderen in bed te leggen en eruit te halen. Het gangpad tussen de bedden is dus minimaal 60 centimeter breed. Bij toepassing van een stapelbed is echter een werkruimte van minimaal 80 centimeter vereist en is het gangpad tussen de bedden dus minimaal 80 centimeter breed.