-
CAO Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening 2008-2011
- >
-
Functieboek
- >
-
A Overzicht van de matrixfuncties
A OVERZICHT VAN DE MATRIXFUNCTIES
In onderstaand overzicht wordt vermeld welke matrixfuncties in dit functieboek worden beschreven.
PRIMAIR PROCES
1 Assistent welzijn
2 Sociaal Pedagogisch Werker 1
3 Sociaal Pedagogisch Werker 2
4 Sociaal Pedagogisch Werker 3
5 Woonbegeleider
6 Activiteitenbegeleider
7 Begeleider vrijetijdsbesteding
8 Contactmedewerker 1
9 Contactmedewerker 2
10 Sociaal Cultureel werker 1
11 Sociaal Cultureel Werker 2
12 Sociaal Cultureel Werker 3
13 Sociaal Cultureel Werker 4
14 Peuterspeelzaalleid(st)er 1
15 Peuterspeelzaalleid(st)er 2
16 Ouderenadviseur
17 Consulent
18 Sociaal Raadsman
19 Maatschappelijk Werker 1
20 Maatschappelijk Werker 2
21 Budgetconsulent
22 Bewindvoerder
23 Trajectbegeleider
24 Jobcoach
25 Telefonisch Hulpverlener
26 Ziekenverzorgende
27 Verpleegkundige
28 Trainer
29 Adviseur
30 Wetenschappelijk functionaris
31 Projectmanager
FACILITAIR, STAF EN LEIDINGGEVEND
32 Huishoudelijk Medewerker
33 Nachtwaker
34 Assistent Beheerder
35 Beheerder
36 Zakelijk Leider
37 Kok
38 Systeembeheerder
39 Telefonist/Receptionist
40 Administratief/Secretarieel Medewerker 1
41 Secretaresse 2
42 Secretaresse 3
43 Administratief Medewerker 2
44 Administratief Medewerker 3
45 Controller
46 Medewerker beleids- of stafafdeling 1
47 Beleids- of stafmedewerker 2
48 Beleids- of stafmedewerker 3
49 Begeleider Vrijwilligers
LEIDINGGEVENDE FUNCTIES*
50 Leidinggevende 1
51 Leidinggevende 2
52 Leidinggevende 3
LEIDINGGEVENDE FUNCTIES
In het nieuwe functiegebouw van de CAO Welzijn zijn drie leidinggevende functies beschreven, waarvan Leidinggevende 1 de lichtste en Leidinggevende 3 de zwaarste variant is.
Net als de overige functies in de CAO betreft het ook hier referentiefuncties. Dat betekent dat in de praktijk diverse varianten voor zullen komen. Voor de inschaling van de leidinggevende functies kan gebruik worden gemaakt van de in de CAO opgenomen functiebeschrijvingen, door de eigen leidinggevende functies te vergelijken met die uit de CAO en te bepalen of het om hetzelfde niveau gaat wat betreft zwaarte, of een ander niveau.
De zwaarte van leidinggeven hangt samen met de reikwijdte. De reikwijdte van leidinggeven neemt toe wanneer een functionaris aan meer mensen leiding geeft en op een hoger managementniveau communiceert. Als gevolg hiervan neemt de invloed en impact van de functionaris op het (strategisch) beleid van de organisatie toe.
Om de zwaarte van leidinggevende functies te bepalen zijn een aantal kenmerken van belang, namelijk:
- vorm van het leidinggeven;
- grootte van de afdeling;
- aard en niveau van de werkzaamheden binnen de organisatorische eenheid.
Natuurlijk zijn ook andere kenmerken of criteria van belang, zoals het ontwikkelingsstadium van de organisatorische eenheid et cetera, maar bovenstaande kenmerken bepalen al voor een groot deel de zwaarte van de functie.
Er dient duidelijk onderscheid te worden gemaakt naar hiërarchisch, functioneel en operationeel leidinggeven. Hieronder zullen de verschillende vormen van leidinggeven worden gedefinieerd.
- Hiërarchisch leidinggeven: het direct en indirect leidinggeven. De leidinggevende is verantwoordelijk voor de bezetting, werkverdeling, kwaliteit en kwantiteit van de werkzaamheden, en voor het beoordelen van het functioneren, selecteren, werven en ontslaan van medewerkers.
- Operationeel leidinggeven: het coördineren van de dagelijkse werkzaamheden. Het verdelen van werk, het stellen van prioriteiten, het verdelen en controleren van de kwantiteit en kwaliteit van de werkzaamheden. De leidinggevende is eventueel betrokken bij de beoordeling van het functioneren van medewerkers, maar draagt geen eindverantwoording daarin.
- Functioneel leidinggeven: het bepalen en bewaken op welke manier de taken worden verricht, welke protocollen gelden en wat het na te streven kwaliteitsniveau is. Er wordt leidinggegeven aan medewerkers ten aanzien van vakinhoudelijke zaken.
Bij de grootte van de afdeling wordt er onderscheid gemaakt naar kleine, middelgrote en grote afdelingen. De grootte is gebaseerd op de Bakkenist-methode, die aan de waardering van de functies binnen de CAO Welzijn ten grondslag ligt1:
- kleine afdeling : 5-15 personen;
- middelgrote afdeling : 15-30 personen;
- grote afdeling : 50 personen of meer.
Ten slotte is de aard van de werkzaamheden, waaraan leiding wordt gegeven, van belang bij de bepaling van de zwaarte van de functie. Dit heeft gevolgen voor de complexiteit van de functie en de mate waarin werkzaamheden op de afdeling overzichtelijk zijn. Hieronder zullen een aantal gradaties worden behandeld, die betrekking hebben op de aard van de werkzaamheden.
- Het voorbereiden, plannen en/of coördineren in overzichtelijke situaties, waarbij er sprake is van meerdere homogene of enkele heterogene activiteiten. Hierbij kan gedacht worden aan het geven van operationele leiding aan kleine, doch qua werkzaamheden moeilijk planbare afdelingen of het operationeel leidinggeven aan een middelgrote afdeling met een homogeen takenpakket.
- Het voorbereiden, plannen en/of coördineren in overzichtelijke situaties, waarbij er sprake is van meerdere heterogene activiteiten of operaties. Hierbij kan gedacht worden aan het geven van leiding aan een middelgrote afdeling met een heterogeen takenpakket of het geven van leiding aan een grote afdeling of dienst met een homogeen takenpakket.
- Het tot een geheel samenvoegen en dirigeren van meerdere belangrijke functiegebieden en/of operationele activiteiten. Hierbij kan gedacht worden aan het geven van leiding aan meerdere afdelingen met heterogene activiteiten of een complex/moeilijk planbare afdeling.
| |
Vorm leidinggeven |
Grootte afdeling |
Aard en niveau werkzaamheden |
Schaal |
| Leidinggevende 1 |
operationeel |
5-15 personen |
meerdere homogene of enkele heterogene activiteiten |
schaal 8 |
| Leidinggevende 2 |
hiërarchisch |
15-30 personen |
meerdere hetero gene activiteiten of operaties |
schaal 10 |
| Leidinggevende 3 |
hiërarchisch |
50 of meer personen |
meerdere belang rijke functiegebieden en/of operationele activiteiten |
schaal 12 |
In de tabel wordt aangegeven hoe bovenstaande aanwijzingen van toepassing zijn op de beschreven leidinggevende functies. Op basis van bovenstaande tabel en aanwijzingen kan worden bepaald of leidinggevende functies hetzelfde niveau kennen of eventueel anders ingedeeld moeten worden. Ook het niveau van leidinggevenden van vrijwilligers kan met deze functies worden bepaald.
Het aantal personen betreft geen absolute richtlijn. Het zijn richtinggevende aantallen. De zwaarte wordt zoals hierboven uitgelegd ook door andere factoren bepaald, zoals complexiteit.