1. |
De arbeidsduur van de werknemer met een volledig dienstverband bedraagt gemiddeld 36 uur per week. Vanaf 1 januari 2010 geldt het volgende: De arbeidsuur bedraagt voor de werknemer met een volledig dienstverband 1872 uur per jaar (52 weken maal 36 uur) |
2. |
Indien de werknemer dit wenst kan met instemming van de werkgever de omvang van het dienstverband worden verruimd tot maximaal 2080 uur per jaar (52 weken maal 40 uur). De met de arbeidsduur samenhangende arbeidsvoorwaarden worden dan naar evenredigheid verhoogd. |
3. |
Dit aantal uren wordt elk jaar verminderd met de uren verlof van de werknemer. |
4. |
Onder arbeidsduur vallen ook het deelnemen aan direct uit de werkzaamheden voortvloeiende vergaderingen, de reis- en wachttijden die voortvloeien uit de opgedragen werkzaamheden en de reistijd woon-werkverkeer voor zover die meer bedraagt dan gebruikelijk door werkzaamheden buiten de standplaats. |
5. |
Alle functies in deze CAO kunnen in beginsel in deeltijd worden vervuld. |
6. |
De werkgever moet de werknemer in staat stellen om in het betreffende kalenderjaar de voor hem voor dat jaar vastgestelde uren te werken. |
|
a. |
Als de werkgever aan het begin van de roosterperiode constateert dat de werknemer niet voldoende uren werkt als hij conform zijn gebruikelijke arbeidspatroon werkt, maakt de werkgever aan het begin van de roosterperiode afspraken met de werknemer wanneer de werknemer buiten het voor hem gebruikelijke arbeidspatroon komt werken. De werknemer kan er ook voor kiezen deze uren te laten afschrijven van zijn vakantieverlof. |
|
b. |
Als op 31 december blijkt dat de werknemer niet voldoende uren heeft gewerkt en dit aantal uren is kleiner of gelijk aan 7,2 uur dan vervallen deze uren. |
|
c. |
Als op 31 december blijkt dat de werknemer niet voldoende uren heeft gewerkt en dit aantal uren is groter dan 7,2 uur dan wordt het meerdere afgeschreven van het vakantieverlof. |
|
d. |
Als op 31 december blijkt dat de werknemer teveel uren heeft gewerkt in het betreffende kalenderjaar dan worden deze uren uitbetaald volgens het voor de werknemer geldende uursalaris. |
|
|
|
7. |
a. |
De werknemer die wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid niet in staat is te werken, blijft op de overeengekomen wijze ingeroosterd voor zover en zolang de roosterperiode loopt. Als de roosterperiode eindigt tijdens ziekte of arbeidsongeschiktheid, valt de werknemer terug op zijn gemiddelde arbeidsduur per week. |
|
b. |
De werknemer die door zwangerschaps- of bevallingsverlof of door ziekte of arbeidsongeschiktheid als gevolg van zwangerschap of bevalling niet in staat is te werken, valt vanaf aanvang van het zwangerschapsverlof terug op zijn gemiddelde arbeidsduur per week. |
|
|
|