In afwijking van en in aanvulling op hoofdstuk 6 van de Wet arbeid en zorg gelden voor de werknemer die van het recht op ouderschapsverlof gebruik wil maken onderstaande bepalingen. |
1. |
Het maximum aantal uren van het verlof wordt bepaald door de gemiddelde arbeidsduur per week van de werknemer te vermenigvuldigen met 26. |
2. |
Als de werknemer voor 1 juli 2007 schriftelijk afspraken heeft gemaakt met de werkgever over het gebruikmaken van de verlofregeling in de toekomst: |
|
a. |
Indien het verlof wordt opgenomen over een periode van 12 maanden of korter dan 12 maanden, wordt over de opgenomen verlofuren 40% van het salaris betaald minus de fiscale ouderschapsverlofkorting waar de werknemer recht op heeft of zou hebben (vóór 1 januari 2009 geldt dat hij deel moet nemen aan levensloop). Dit gedurende maximaal 12 maanden en tot hoogstens de helft van de in de arbeidsovereenkomst vastgelegde gemiddelde omvang van het dienstverband per week. |
|
b. |
Indien het verlof wordt opgenomen over een periode van langer dan 12 maanden tot maximaal 24 maanden, wordt over de opgenomen verlofuren 25% van het salaris minus de fiscale ouderschapsverlofkorting waar de werknemer recht op heeft of zou hebben als hij deelneemt aan levensloop betaald. Dit gedurende maximaal 24 maanden en tot hoogstens de helft van de in de arbeidsovereenkomst vastgelegde gemiddelde omvang van het dienstverband per week. |
|
c. |
Indien het verlof wordt opgenomen in twee of drie periodes en de werknemer legt deze periodes vooraf vast, dan wordt de hoogte van de vergoeding bepaald volgens de leden a en b van dit artikel. Als de werknemer vooraf de periodes niet vastlegt, ontvangt de werknemer voor zover het verlof wordt opgenomen over een periode van 24 maanden of korter over het verlof een vergoeding ter hoogte van 25% minus de fiscale ouderschapsverlofkorting waar de werknemer recht op heeft of zou hebben (vóór 1 januari 2009 geldt dat hij deel moet nemen aan levensloop). Dit tot ten hoogste de helft van de in de arbeidsovereenkomst vastgelegde gemiddelde omvang van het dienstverband per week. |
|
d. |
In overleg kunnen werkgever en werknemer besluiten deze afspraken te herzien en gebruik te maken van regeling zoals beschreven in lid c van dit artikel. |
3. |
Als de werknemer vanaf of na 1 juli 2007 gebruikmaakt van de verlofregeling, en niet vóór 1 juli 2007 afwijkende afspraken heeft gemaakt: |
|
a. |
Wordt gedurende de eerste twaalf maanden van het verlof over de opgenomen verlofuren 40% van het salaris betaald. Dit gedurende maximaal 12 maanden en tot hoogstens de helft van de in de arbeidsovereenkomst vastgelegde gemiddelde omvang van het dienstverband per week. |
|
b. |
Indien het verlof wordt opgenomen in maximaal 6 periodes van ten minste één maand binnen een periode van 12 maanden: |
|
|
- |
en de werknemer legt deze periodes vooraf vast, dan wordt de hoogte van de vergoeding bepaald volgens lid a van dit artikel. |
|
|
- |
Als de werknemer vooraf de periodes niet vastlegt, ontvangt de werknemer voor het opgenomen verlof een vergoeding van 10% van het salaris, tot hoogstens de helft van de in de arbeidsovereenkomst vastgelegde gemiddelde omvang van het dienstverband per week |
4. |
De vergoeding bij ouderschapsverlof wordt minimaal berekend op basis van een voltijd bruto salaris van € 2.181,–. |
5. |
Als de werknemer tijdens het verlof besluit tot wijziging van de verlofduur wordt over de gehele verlofperiode een correctie toegepast, in overeenstemming met de artikelleden 2 en 3. |
6. |
Als de werknemer de arbeidsovereenkomst op zijn verzoek beëindigt, tijdens of binnen 6 maanden na het einde van het betaalde ouderschapsverlof, dan betaalt hij het doorbetaalde salaris over het ontvangen ouderschapsverlof aan de werkgever terug. Dit is niet het geval wanneer de werknemer ontslag neemt nadat de werkgever zijn verzoek om de arbeidsduur aan te passen aan de arbeidsduur tijdens het ouderschapsverlof heeft geweigerd. |
7. |
Bij vrijwillige voortzetting door de werknemer van de pensioenopbouw tijdens dit ouderschapsverlof, betaalt de werkgever het werkgeversaandeel in de pensioenpremie gedurende een periode van maximaal 24 maanden per kind. |
8. |
De werknemer bouwt geen vakantieverlof op over de uren dat hij ouderschapsverlof geniet. |
9. |
De in artikelleden 2 tot en met 4 genoemde vergoeding wordt meegenomen bij de berekening van de vakantietoeslag (artikel 4.7) en de eindejaarsuitkering (artikel 4.8). |