FCB werkt voor de branches:
Dienstverlenen in Arbeidsmarktvraagstukken

Welzijn en Maatschappelijke Dienstverlening

Print

CAO Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening 2008-2011

    • CAO Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening 2008-2011
    • >
    • Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
    • >
    • 1.7 Verplichtingen van de werknemer

1.7 Verplichtingen van de werknemer

1.

Plaats van tewerkstelling of werkgebied en verhuisplicht

 

a.

De werknemer is verplicht in of nabij de plaats van tewerkstelling te wonen, of in het werkgebied als zo’n werkgebied is aangewezen.

 

b.

De werknemer kan al dan niet op eigen verzoek een ontheffing krijgen van de genoemde verplichting.

 

c.

Een verleende ontheffing kan – na overleg met de werknemer en na een redelijke termijn – worden ingetrokken als blijkt dat het belang van het werk en een goede uitoefening van de functie dat vereisen.

 

 

2.

Tijdelijke wijziging in werkzaamheden, arbeidsduur en werktijden en plaats van tewerkstelling en/of werkgebied

 

Binnen redelijke grenzen en voor zover dat in het belang van het werk of de instelling is, stemt de werknemer – na overleg – in met:

 

a.

het voor korte tijd verrichten van andere werkzaamheden, die in redelijke mate aansluiten bij zijn functie;

 

b.

tijdelijke en incidentele wijzigingen van zijn arbeidsduur en werktijden;

 

c.

tijdelijke wijzigingen in de plaats van tewerkstelling en/of werkgebied.

 

 

3.

Nevenfuncties

 

a.

 

De werknemer verplicht zich geen nevenfuncties te aanvaarden die als strijdig met of schadelijk voor het werk van de werknemer kunnen worden beschouwd.

 

b.

 

In geval van twijfel overlegt de werknemer hierover met de werkgever.

 

 

4.

Niet toegestane handelingen

 

a.

Het is de werknemer verboden direct of indirect deel te nemen aan ten behoeve van de werkgever uit te voeren aannemingen of leveringen. Ook mag de werknemer niet middellijk of onmiddellijk geschenken, beloningen of provisie aannemen of vorderen, noch mag hij erfenissen of legaten aanvaarden van personen met wie hij uitsluitend door zijn functie in aanraking komt .

 

b.

Tenzij door de werkgever uitdrukkelijk toestemming is verleend, is het de werknemer verboden:

 

 

1.

geld of goed toebehorend aan cliënten/bewoners/pupillen als geschenk of in bruikleen te aanvaarden, te kopen, te verkopen, te laten verkopen of te belenen;

 

 

2.

geld of goed toebehorend aan de werknemer/werkgever beschikbaar te stellen of te verkopen aan cliënten/ bewoners/pupillen of borgtocht aan pupillen te verlenen;

 

 

3.

persoonlijke diensten te laten verrichten door cliënten/ bewoners/pupillen en personen in dienst van de werkgever; goederen van de werkgever te gebruiken voor persoonlijke doeleinden.

 

 

5.

Geheimhouding

 

a.

De werknemer is verplicht tot geheimhouding van hetgeen hem in zijn functie en beroep ter kennis komt, voor zover die verplichting er vanzelfsprekend uit volgt of hem uitdrukkelijk is opgelegd. Deze verplichting blijft na beëindiging van het dienstverband gelden.

 

b.

De verplichting tot geheimhouding geldt niet tegenover personen die medeverantwoordelijk zijn voor een goede vervulling van de functie van de werknemer. Ook geldt de verplichting niet tegenover personen van wie de medewerking hierbij nodig is, wanneer deze personen zelf tot geheimhouding verplicht zijn of zich dienen te verplichten.

 

 

6.

Beheer over goederen werkgever

 

a.

De werknemer beheert goederen die door de werkgever aan zijn zorgen zijn toevertrouwd, zorgvuldig.

 

b.

De werknemer kan slechts worden verplicht tot gehele of gedeeltelijke vergoeding van door de werkgever geleden schade, voor zover deze schade is ontstaan door opzet, grove schuld of ernstige nalatigheid van de werknemer.

 

c.

De verplichting zoals bedoeld in lid B van dit artikel kan alleen worden opgelegd nadat de werknemer hierover is gehoord, waarbij hij zich kan laten bijstaan door een raadsman.