1. |
De arbeidsvoorwaarden die de werknemer kan inwisselen zijn de volgend tijdbronnen: |
|
A. |
de jaarlijkse vakantie-uren voor zover deze het aantal uren wettelijk vakantieverlof overstijgen; |
|
B. |
de extra uren als bedoeld in de artikel 3.2.7 genoemde bijlage over het onderdeel compensatie-uren), met een maximum van 4 uur per week; |
|
C. |
de op grond van Bijlage 5 (regeling arbeidsduurverkorting oudere werknemers), met een maximum van 50 uur per jaar voor de doelen geld, aanvullende pensioenaanspraken, spaarloon of fiets; |
|
D. |
de op grond van artikel 5.4 toegekende uren (bereikbaarheidstoeslag); |
|
E. |
de op grond van artikel 3.5 uren (kampwerk); |
|
F. |
de op grond van artikel 5.5 toegekende uren (slaapdiensttoeslag); |
|
|
|
en de volgende geldbronnen: |
|
G. |
het bruto salaris met inachtneming van het minimum als bedoeld in artikel 8 van de Wet Minimumloon en Minimumvakantiebijslag; |
|
H. |
de eindejaarsuitkering; |
|
I. |
de bruto vakantietoeslag met inachtneming van het minimum als bedoeld in artikel 15 van de Wet Minimumloon en Minimumvakantiebijslag; |
|
J. |
de bijzondere toeslag als bedoeld in artikel 5.2 (onregelmatigheidstoeslagen); |
|
K. |
de vergoeding als bedoeld in 5.4 (bereikbaarheidstoeslag); |
|
L. |
de vergoeding als bedoeld in artikel 3.5 (kampwerk); |
|
M. |
de vergoeding als bedoeld in artikel 5.5 (slaapdiensttoeslag). |
|
|
|
2. |
De in het eerste lid van dit artikel genoemde bronnen kunnen met inachtneming van het bepaalde in deze regeling worden ingewisseld voor de volgende tijddoelen: |
|
A. |
Levensloopsparen; |
|
B. |
maximaal 5 extra vakantiedagen (36 uur) voor de werknemer in fulltime dienstverband. Voor parttimers naar rato; |
|
C. |
seniorenverlof jaarlijks opnemen in aaneengesloten periodes; |
|
|
|
en de volgende gelddoelen (in natura): |
|
D. |
geld; |
|
E. |
een aanvullend pensioen als bedoeld in artikel 12.5; |
|
F. |
fietsenplan (zie 12.8) ; |
|
G. |
vakbondscontributie (zie 12.9); |
|
H. |
Studiekosten (zie 12.10) |