Artikel 14.1 Medezeggenschapsorgaan |
14.1a |
Ondernemingsraad |
1. |
In afwijking van artikel 2, lid 1 van de Wet op de Ondernemingsraden (WOR ), is de werkgever van een instelling waarin in de regel minstens 35 werknemers werkzaam zijn, verplicht een ondernemingsraad in te stellen. |
2. |
a. |
De leden van de ondernemingsraad in een instelling, waarin in de regel 50 werknemers of meer werkzaam zijn, hebben het recht per jaar 100 uren tijdens werktijd te besteden aan werkzaamheden die verband houden met de raad. Het bijwonen van vergaderingen van de raad en van door de raad ingestelde commissies vallen niet onder deze werkzaamheden. |
|
b. |
Voor de leden van de ondernemingsraad in een instelling waarin in de regel minder dan 50 werknemers werkzaam zijn, bedraagt het in sub a bedoelde aantal uren per jaar 70. |
|
c. |
Voor een ondernemingsraadslid met een niet volledig dienstverband wordt het in sub a en b bedoelde aantal uren naar evenredigheid vastgesteld, op voorwaarde dat dit aantal uren niet beneden de 60 per jaar kan worden gesteld. |
3. |
Het in lid 2 bepaalde geldt niet voor de in artikel 14.1b genoemde personeelsvertegenwoordiging. |
4. |
Wanneer de vacature van een werknemer belast met de hoogste dagelijkse leiding in de instelling moet worden vervuld, stelt de werkgever de ondernemingsraad in de gelegenheid een gesprek te voeren met de kandidaat/kandidaten voor de vervulling van deze vacature. Het oordeel van de ondernemingsraad over deze kandidaat/kandidaten weegt zwaar voor de standpuntbepaling van de werkgever. |
5. |
a. |
De werkgever stelt de ondernemingsraad in de gelegenheid advies uit te brengen over deze conceptbegroting, voordat de conceptbegroting van de instelling wordt vastgesteld door het bestuur. |
|
b. |
Het advies wordt op een zodanig tijdstip gevraagd dat het van wezenlijke invloed kan zijn op de definitieve vaststelling van de begroting. |
|
c. |
Het advies wordt schriftelijk uitgebracht, binnen 14 dagen nadat om het advies is gevraagd. |
|
d. |
Binnen 14 dagen nadat het advies is uitgebracht, wordt over dit advies minstens éénmaal overleg gevoerd in een overlegvergadering. Hieraan wordt deelgenomen door de bestuurder, in de zin van de WOR , en de ondernemingsraad. |
|
e. |
Voor de hiervoor bedoelde adviesprocedure geldt artikel 36 WOR . |
|
|
|
14.1.b |
Personeelsvertegenwoordiging |
1. |
a. |
De werkgever van een instelling waarin gewoonlijk minstens 10 maar minder dan 35 werknemers werkzaam zijn en waarvoor geen ondernemingsraad is ingesteld, is verplicht een Personeelsvertegenwoordiging in te stellen. |
|
b. |
Deze personeelsvertegenwoordiging is een personeelsvertegenwoordiging in de zin van artikel 35c van de WOR. |
|
c. |
Los van het bepaalde in artikel 35c, derde lid, tweede volzin, alsmede het vierde, vijfde en zesde lid, van de WOR, geldt voor de Personeelsvertegenwoordiging ook het in Uitvoeringsregeling R van de CAO gestelde. |
|
d. |
De werkgever meldt de Bedrijfscommissie voor de Welzijnssector schriftelijk de instelling van de personeelsvertegenwoordiging1, onder vermelding van de samenstelling van deze vertegenwoordiging. |
|
e. |
Voor de personeelsvertegenwoordiging gelden in deze CAO dezelfde bepalingen als voor de ondernemingsraad, tenzij in de desbetreffende bepaling anders wordt vermeld. |
|
|
|
14.1.c |
Ondernemingsraad/Personeelsvertegenwoordiging |
1. |
a. |
De werkgever treft een vervangingsregeling voor de herbezetting van de door leden van de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging bestede arbeidstijd. Deze arbeidstijd moet wel besteed zijn aan werkzaamheden die verband houden met het functioneren van de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging. |
|
b. |
De door de werknemer bestede tijd aan het deelnemen aan door de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging gehouden raadplegingen, zoals bedoeld in artikel 17 lid 1 WOR, wordt aangemerkt als arbeidsduur. |