FCB werkt voor de branches:
Dienstverlenen in Arbeidsmarktvraagstukken

Welzijn en Maatschappelijke Dienstverlening

Print

CAO Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening 2008-2011

    • CAO Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening 2008-2011
    • >
    • Modellen en regelingen
    • >
    • Reis- en verblijfskostenvergoeding artikel 6.4

Reis- en verblijfskostenvergoeding artikel 6.4

In de CAO Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening 2008-2011 is in artikel 6.4 het volgende vastgelegd: 

      

6.4 

Reis- en verblijfskostenvergoeding

 

1.

 

De werkgever stelt met instemming van de ondernemingsraad en overeenkomstig artikel 27 WOR een ondernemingsregeling vast voor de vergoeding van reis- en verblijfkosten die een werknemer in opdracht van de werkgever maakt in het kader van zijn werkzaamheden. 

 

2.

 

Uitgangspunten van de ondernemingsregeling zijn: 

 

 

a.

De werkgever is verplicht de fiscaal vrijgestelde vergoedingsmogelijkheden optimaal te benutten door de vergoeding voor dienstreizen te salderen met de vergoeding voor woonwerkverkeer. 

 

 

b.

Als er sprake is van een vergoeding per afgelegde kilometer waarbij de werknemer met toestemming van de werkgever gebruik maakt van de eigen auto, ontvangt de werknemer van 1 mei 2008 tot 1 oktober 2008 de volgende vergoeding: 

 

 

 

1 t/m 5.000 km € 0,37
5.001 t/m 10.000 km € 0,33
10.001 en meer € 0,30

 

 

 

Per 1 oktober 2008 geldt volgende vergoeding: 

 

 

 

1 t/m 5.000 km € 0,39 
5.001 t/m 10.000 km € 0,35
10.001 en meer € 0,32

 

 

c.

Een afspraak over een mogelijke vergoeding voor tol- en parkeergelden moet onderdeel uitmaken van de regeling. 

 

 

d.

Verder moet de regeling afspraken bevatten over: 

  • een vergoeding als gebruik wordt gemaakt van het openbaar vervoer, de fiets of de bromfiets 
  • een algemene vergoeding voor de werknemer die zonder toestemming van de werkgever voor dienstreizen gebruik maakt van de eigen auto in plaats van het openbaar vervoer;
  • een vergoeding voor verblijfkosten: de werkelijk gemaakte kosten met een maximum van € 118,17; 
  • verzekering van auto/motor/bromfiets die mede de aansprakelijkheid van de werkgever dekt. 

 

 

e.

Indexatie van de vergoedingsbedragen moet onderdeel uitmaken van de regeling. 

 

3.

Zolang de ondernemingsregeling niet tot stand is gekomen, past de werkgever voor de vergoeding van reis- en verblijfkosten zoals bedoeld in lid 1 de bepalingen toe die zijn opgenomen in bijlage 11.2.

 

 

 

In bijlage 11.2 staat dat zolang de in artikel 6.4 van de CAO bedoelde vergoedingsregeling niet tot stand is gekomen, de werkgever voor de vergoeding van reis- en verblijfkosten zoals bedoeld 6.4 de bepalingen toe die zijn opgenomen in bijlage Y 'Reis- en verblijfkostenvergoeding' van de CAO 2007-2008.

Hieronder treft u de tekst aan van bijlage Y Reis en verblijfkostenvergoeding van de CAO 2007- 2008. 

 

 

Bijlage Y 

Reis- en verblijfkostenvergoeding

(ex artikel 7.3 lid 3 van de CAO 2007-2008)

Artikel 1

Voor in opdracht van de werkgever gemaakte reizen ontvangt de werknemer een reiskostenvergoeding. Brengen deze reizen een verblijf voor een groot gedeelte van de dag of meer dagen buiten de plaats van tewerkstelling met zich mee, dan wordt bovendien een verblijfkostenvergoeding toegekend. 

Artikel 2 

1.

De reizen in opdracht van de werkgever geschieden met het openbaar vervoer op basis van het laagste klassetarief, tenzij de werkgever en werknemer anders overeenkomen. 

2.

Er kan alleen van een taxi gebruik worden gemaakt als: 

 

a.

de werkgever daarin toestemt; 

 

b.

openbaar vervoer niet aanwezig is. 

Artikel 3

1.

De werkgever kan aan de werknemer voor zijn werkzaamheden een vervoermiddel ter beschikking stellen of hem – tot wederopzegging – toestemming geven gebruik te maken van een eigen vervoermiddel. Bij deze opzegging dient een redelijke termijn in acht te worden genomen. 

2.

Maakt de werknemer op grond van lid 1 en artikel 5 van deze regeling gebruik van een eigen gemotoriseerd vervoermiddel, dan is hij verplicht een verzekering af te sluiten die ook geldig is gedurende het zakelijk gebruik van het gemotoriseerd vervoermiddel en die tevens de aansprakelijkheid van de werkgever dekt mocht de werknemer krachtens artikel 6:170 BW Open deze wet (nieuw venster) aansprakelijk zijn voor veroorzaakte schade. Tevens is de werknemer verplicht een mede-inzittendenverzekering af te sluiten. De werknemer is verplicht de werkgever deze polis te laten inzien. 

Artikel 4

De werknemer die met toestemming van de werkgever voor de uitoefening van zijn functie gebruikmaakt van eigen vervoer wordt een vergoeding toegekend voor de gemaakte reiskosten volgens onderstaande tabel: 

Per kalenderjaar:

Personenauto's, motoren en scooters1

1 t/m 5.000 km 

€ 0,37 

5.001 t/m 10.000 km 

€ 0,33 

10.001 en meer 

€ 0,30 

Artikel 5

De werknemer die zonder toestemming van de werkgever voor de uitoefening van zijn functie gebruik maakt van een eigen auto – in plaats van gebruik te maken van het openbaar vervoer – wordt een tegemoetkoming toegekend van € 0,092 per kilometer. 

Artikel 6

Als de vergoeding voor het gebruik van een eigen vervoermiddel, zoals bedoeld in de artikelen 4 en 5, geheel of gedeeltelijk op grond van of krachtens de Wet op de Loonbelasting 1964 (Stb. 1964, 521), tot het loon behoort, zal de daarover verschuldigde loonbelasting/premie volksverzekeringen in mindering worden gebracht. 

Artikel 7

Aan de werknemer die met toestemming van de werkgever voor de uitoefening van zijn functie gebruik maakt van een eigen fiets respectievelijk bromfiets wordt een onkostenvergoeding toegekend van € 0,053 respectievelijk € 0,104 per afgelegde kilometer. Deze onkostenvergoeding bedraagt ten minste € 0,595, respectievelijk € 1,636 per gewerkte dag. 

Artikel 8

De werkgever kan de werknemer, aan wie hij een vervoermiddel ter beschikking heeft gesteld, toestemming geven dit vervoermiddel voor privédoeleinden te gebruiken. Voor dit privégebruik betaalt de werknemer aan de werkgever een vergoeding, die wordt berekend volgens artikel 4. 

Artikel 9 

Zijn aan de in opdracht van de werkgever gemaakte reis ook verblijfkosten verbonden, dan worden de werkelijk gemaakte kosten vergoed, tot aan een maximum van € 118,177 per etmaal.
De kosten moeten in overeenstemming zijn met de omstandigheden en de duur van de reis. Hierbij is de werknemer verplicht de normen van redelijkheid in acht te nemen. 

Artikel 10

De werknemer is verplicht de gegevens te overleggen op grond waarvan het bedrag van de vergoeding kan worden vastgesteld. 

Artikel 11

De vergoedingen worden als regel gelijk met de eerstvolgende salarisbetaling na indiening van de declaratie uitgekeerd. 

 


1. Per 1 januari 2005 was dit respectievelijk € 0,35, € 0,31 en € 0,28; per 1 januari 2005; per 1 januari 2004 was dit respectievelijk € 0,34, € 0,30 en € 0,27; per 1 januari 2003 was dit respectievelijk € 0,31, € 0,27 en € 0,24.

2. Per 1 januari 1992 (€ 0,19); per 1 april 1984 was dit € 0,18.

3. Per 1 juli 1999.

4. Per 1 juli 1999.

5. Per 1 juli 1999; deze (minimum)bedragen golden als vaste onkostenvergoedingbedragen per respectievelijk 1 april 1984 en 1 juli 1981.

6. Per 1 juli 1999; deze (minimum)bedragen golden als vaste onkostenvergoedingbedragen per respectievelijk 1 april 1984 en 1 juli 1981.

7. Per 1 januari 2005; per 1 januari 2004 was dit € 115,69; per 1 januari 2003 was dit € 112,03.